TKMST | Fysiotherapie bij kinderen met een beperking: ‘Je krijgt superveel terug van deze kinderen’

Fysiotherapie bij kinderen met een beperking: ‘Je krijgt superveel terug van deze kinderen’

Brittney Schoorl (19) is tweedejaars Fysiotherapie en loopt stage bij kinderen met een geestelijke en lichamelijke beperking. Ze beseft nu pas hoe bijzonder het is wat zij zelf allemaal kan. Verslaggever Kim Tijssen interviewt haar: “Het mooiste is hoe vrolijk ze worden door mijn hulp.”

Waarom wilde je bij een instelling voor kinderen met een beperking stagelopen? 
“Ik heb het altijd erg interessant gevonden met mensen met een beperking te werken. Mijn buurjongetje was geestelijk en lichamelijk beperkt. Hij had geen duidelijke aandoening; hij kon niet lopen, praten of eten en zat ook in deze instelling. Ik was zijn begeleider en oppas en maakte veel mee met hem. Hij was altijd zo vrolijk. Afgelopen zomer stierf hij op negenjarige leeftijd. Ik vond het lastig mijn keuze voor deze stageplaats te maken omdat ik het moeilijk had met zijn overlijden. Uiteindelijk heb ik het toch gedaan. Ik heb veel aan mijn ervaring gehad. Het voelde voor mij heel natuurlijk om met deze kinderen om te gaan.”

Hoe zag je eerste week eruit? 
“Ik liep een dag in de week stage. In totaal acht weken. In het begin heb ik vooral kennis gemaakt met de kinderen. Elke donderdag eindigden we met twee uur zwemmen. Veel kinderen hadden last van spasmes; dat zijn ongecontroleerde bewegingen. In het water konden ze wel vrij bewegen. Ik begeleidde de zwemles. Ieder kind had een ander doel in de les: dat varieerde van pijnloos bewegen tot stukjes zelfstandig zwemmen.”

Wat is het verschil met een gewone fysiopraktijk? 
“Kinderen zitten hier in een klasje. Ze krijgen geen echte vakken, maar knutselen veel en krijgen fysiotherapie. Bij een normale fysiopraktijk heb je een half uur per patiënt. Bij deze stage had ik elk uur een nieuwe klas.”

Wat hielden je werkzaamheden verder in? 
“In het begin liep ik vooral met de begeleiders mee. Uiteindelijk ging ik zelf met kinderen de oefenzaal in. Bijvoorbeeld met een meisje een stuk fietsen in de oefenzaal. Ik mocht de oefeningen dan zelf geven.”

Wat was het moeilijkste dat je hier meemaakte? 
“Ik vond het heftig om te zien hoe beperkt sommige kinderen zijn. Ze zitten bijvoorbeeld in een rolstoel en kunnen alleen praten via een spraakcomputer. Je beseft dan wel hoe bijzonder het eigenlijk is wat je zelf allemaal kunt.”

Wat was het leukste wat je hebt meegemaakt? 
“Je krijgt superveel terug. Je bouwt een band op met deze kinderen. Het was dan ook best lastig om aan het eind weg te moeten gaan. Het mooiste was om te zien hoe vrolijk sommige kinderen werden door mijn hulp.”

Wat heb je geleerd tijdens deze stage?
“Ik heb mijn vaardigheden uitgebreid. Ook heb ik geleerd naar andere oplossingen te zoeken. Op school leren we dat je een bepaald protocol moet volgen. Maar bij deze kinderen gaat dat vaak niet. Bepaalde tests zijn gewoon niet van toepassing op iemand die in een rolstoel zit. Bij een gewone fysiopraktijk zie je patiënten met een bepaalde klacht, die daar binnen een paar weken weer vanaf zijn. Bij deze kinderen is het al positief als ze op niveau blijven en niet achteruitgaan. Genezen is niet het doel.”