Stukadoor

Pleister op de muur.

Het ene muurtje is het andere niet. Kale wanden en versleten plafonds, prachtig glad maken en een mooi patroon geven. Daar kun jij als stukadoor voor zorgen. Je geeft een gebouw snel een eigen karakter met pleisterwerk. Eerst maak je het mengsel aan. Met een spaan smeer je dat uit over de muren of plafonds. Je gebruikt een spatel om het uit te strijken. Daarbovenop komt een pleisterlaag waarin je een mooi reliëf aanbrengt. Een precies karweitje. Maar niet alles gaat meer met de hand: soms spuit je het pleister met een speciaal apparaat op de muur. Je werkt overigens niet alleen aan binnenmuren en plafonds, ook buitengevels neem je onder handen. Bijvoorbeeld door er isolatieplaten, profielen of sierbepleistering op aan te brengen. Omdat je dit beroep alleen kunt leren door het te doen, werk je vanaf het begin van je opleiding vier dagen per week mee in de praktijk. Omdat je in een team werkt, kun je de fijne kneepjes lekker afkijken bij een ouwe rot in het vak. Na de opleiding kun je als beginnend stukadoor aan de slag bij een stukadoorsbedrijf of een aannemer. In de nieuwbouw of bij renovaties van oude huizen of monumenten.